Heien, trillen en bepaalde grondwerkzaamheden kunnen bewegingen veroorzaken die zich via de bodem verspreiden. Dat betekent niet dat schade onvermijdelijk is, maar het maakt zorgvuldig meten en beoordelen belangrijk. Met trillingsmonitoring krijgt een bouwteam inzicht in de trillingen tijdens het werk en kan het reageren wanneer metingen daartoe aanleiding geven.
Wat is trillingsmonitoring bij heiwerkzaamheden?
Trillingsmonitoring is het systematisch meten en volgen van trillingen die tijdens werkzaamheden optreden. Bij funderingswerkzaamheden worden meetinstrumenten geplaatst op vooraf geselecteerde locaties, bijvoorbeeld aan een nabijgelegen gebouw. De meetgegevens laten zien hoe sterk de trillingen op dat meetpunt zijn en wanneer deze optreden.
Een meting is vooral waardevol wanneer vooraf duidelijk is wat er wordt gemeten, waar de meter komt te staan en hoe de meetgegevens worden beoordeeld. De gemeten waarden moeten worden geïnterpreteerd in relatie tot de omgeving, de uitvoeringsmethode en het gekozen beoordelingskader. Alleen een getal op het scherm vertelt nog niet het volledige verhaal.
Falcon biedt trillingsmonitoring bij funderingswerkzaamheden en koppelt meetresultaten terug aan de betrokken partijen.
Waarom trillingen meten rond een bouwplaats?
De belangrijkste reden is dat het bouwteam inzicht wil hebben in de trillingsbelasting op nabijgelegen gebouwen en andere gevoelige objecten. Hoe relevant een meting is, hangt onder meer af van de aard van het werk, de bodem, de afstand, de constructie van omliggende gebouwen en eventuele kwetsbaarheden.
Door tijdens de uitvoering te meten, kunnen veranderingen zichtbaar worden. Bij een opvallende meting kan worden nagegaan of de waarde samenhangt met de werkzaamheden. Dit ondersteunt het gesprek over een passende voortzetting van het werk en eventuele aanpassingen. Een trillingsmeting voorkomt op zichzelf geen schade: zij levert informatie op waarmee verantwoordelijke partijen keuzes kunnen onderbouwen.
Wat zijn de SBR-richtlijnen voor trillingen?
In Nederland worden voor het meten en beoordelen van trillingen vaak de SBR-richtlijnen gebruikt. Deze bestaan uit drie delen met verschillende toepassingsgebieden:
- SBR-A — Schade aan bouwwerken: beoordeling van trillingen met het oog op mogelijke schade aan constructies.
- SBR-B — Hinder voor personen in gebouwen: beoordeling van trillingshinder voor gebruikers van gebouwen.
- SBR-C — Storing aan apparatuur: beoordeling van mogelijke verstoring van trillingsgevoelige apparatuur.
Deze onderdelen zijn niet onderling uitwisselbaar. Een meting die is ingericht om de kans op schade aan een gebouw te beoordelen, is niet automatisch voldoende om hinder voor bewoners of de werking van gevoelige apparatuur te beoordelen. Voor een goed monitoringsplan moet eerst duidelijk zijn welk risico of welke vraag centraal staat.
De SBR-richtlijn is bovendien niet op zichzelf een wet. Wel wordt dit beoordelingskader op verschillende plaatsen in regels en voorschriften gebruikt. Welke eisen op een specifiek bouwproject van toepassing zijn, moet per locatie en werkzaamheden worden vastgesteld. Het Informatiepunt Leefomgeving geeft uitleg over het gebruik van de SBR-richtlijnen en de wettelijke context.
Er is niet één universele grenswaarde die bij ieder pand en iedere trillingbron past. De beoordeling is afhankelijk van de situatie, de aard van de meting en de toepasselijke richtlijnen en afspraken.
Hoe werkt een trillingsmeting tijdens het heien?
1. De omgeving en het werk in kaart brengen
Vooraf wordt gekeken naar het type funderingswerk, de afstand tot gebouwen en relevante omstandigheden. Zijn er bestaande scheuren, historische panden, andere kwetsbare constructies of gevoelige functies in de omgeving? Dergelijke vragen kunnen helpen om de aanpak te bepalen.
2. Meetlocaties en beoordelingskader kiezen
De plaats van de sensoren is van invloed op de resultaten. Een meetsysteem hoort niet zomaar ergens te staan: de positie moet passen bij wat men wil beoordelen. Ook wordt bepaald welke meetwijze, signaleringswaarden en rapportageafspraken voor het project passend zijn.
3. Metingen tijdens de werkzaamheden volgen
Tijdens het heien of trillen registreert de apparatuur de optredende trillingen. Een systeem kan, wanneer dit is ingericht, een melding geven als een ingestelde signaleringswaarde wordt bereikt. Zo’n melding vraagt om beoordeling: de oorzaak en de betekenis moeten worden nagegaan.
4. Resultaten interpreteren en rapporteren
Na of tijdens de meetperiode worden de resultaten geordend en beoordeeld. Een goede rapportage maakt duidelijk waar en hoe is gemeten, wat is waargenomen en welke bijzonderheden relevant waren. De rapportage vormt input voor overleg tussen de betrokken partijen.
Wat als een grenswaarde wordt overschreden?
Een overschrijding betekent niet automatisch dat er schade is ontstaan. De betekenis hangt af van onder meer het gebruikte beoordelingskader, de kwaliteit van de meting en de eigenschappen van het bouwwerk. Wel kan een overschrijding aanleiding zijn om de omstandigheden te onderzoeken en passende maatregelen te bespreken.
Het is daarom belangrijk om vooraf af te spreken wie meldingen ontvangt, wie de meetgegevens interpreteert en wie over eventuele wijzigingen in de werkzaamheden beslist. Een monitoringssysteem is pas echt bruikbaar wanneer de opvolging goed is georganiseerd.
Voor een verdere inhoudelijke toelichting op monitoring bij funderingen kunt u ook de CROW-kennisinformatie over funderingsmonitoring raadplegen.
Hoe vullen heitoezicht en trillingsmonitoring elkaar aan?
Deze twee vormen van controle bekijken het werk vanuit een ander perspectief. Heitoezicht richt zich op het verloop van de hei- of boorwerkzaamheden en de gegevens van de aangebrachte palen. Trillingsmonitoring richt zich op de trillingen die tijdens die werkzaamheden in de omgeving worden gemeten.
Door de tijdstippen en werkzaamheden naast de meetresultaten te leggen, kan het bouwteam beter onderzoeken welke activiteiten mogelijk samenhangen met specifieke trillingsniveaus. Dat maakt een goede afstemming tussen toezicht en metingen waardevol. Het blijft belangrijk dat de juiste deskundigen de resultaten beoordelen.
Wat is nodig voor een goed meetplan?
Leg vóór aanvang vast wat het doel van de metingen is, welke locaties worden onderzocht en welk beoordelingskader wordt gebruikt. Zorg dat er duidelijke afspraken zijn over het delen van meetgegevens, bereikbaarheid bij meldingen en de frequentie van rapporteren.
Geef de uitvoerende partijen inzicht in de gekozen aanpak. Wanneer de werkzaamheden veranderen, kan het nodig zijn om de meetopstelling of afspraken opnieuw te beoordelen. Zo blijft de monitoring bruikbaar gedurende het hele relevante deel van het project.
Veelgestelde vragen over trillingsmonitoring
Is trillingsmonitoring bij ieder bouwproject verplicht?
Nee, dat is niet zonder meer het geval. Of monitoring nodig of voorgeschreven is, hangt af van de werkzaamheden, de omgeving, de toepasselijke regels, eventuele vergunningvoorschriften en contractafspraken. Voor trillinghinder door bouwwerkzaamheden kunnen regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving relevant zijn.
Kunnen trillingen ook worden gemeten zonder permanente aanwezigheid?
Afhankelijk van het project kan een onbemand meetsysteem worden ingezet. Bij andere omstandigheden kan bemande monitoring passend zijn. De keuze volgt uit het meetdoel en de projectrisico’s.
Is één trillingsmeter genoeg?
Dat is niet vooraf algemeen te zeggen. Het aantal meetpunten hangt onder meer af van de omvang van de werkzaamheden, de ligging van de bebouwing en de informatiebehoefte.
Betekent een alarm dat direct schade is ontstaan?
Nee. Een alarm signaleert dat een ingestelde waarde is bereikt of overschreden. De oorzaak, betrouwbaarheid en betekenis moeten daarna worden beoordeeld.
Meer inzicht in trillingen rond uw project?
Bespreek het funderingswerk, de omgeving en uw vragen met Falcon Heitoezicht.


